Dertien jaar geleden stond De Kast in het Abe Lenstra stadion in Heerenveen voor 12 duizend fans. Het betekende de nationale doorbraak voor Syb van der Ploeg en zijn maten. Het was dan ook een memorabel concert: Gewikkeld in een Friese vlag zong Van der Ploeg In Nije Dei, inmiddels een klassieker in de Friestalige popmuziek.
De groep heeft daarna flink van zich doen spreken en zou zelfs de Amsterdam ArenA nog vullen, maar daarna viel het doek en in 2002 werd besloten definitief te stoppen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en met het nieuwe album Welkom Thuis is De Kast in de originele bezetting weer terug aan het front. De albumpresentatie vindt op vrijdagavond 24 september plaats in het Abe Lenstra stadion, de plaats waar het Grote Succes ooit begon. Het wordt echter niet weer zo grootschalig als destijds, want bij het concert kunnen maximaal duizend mensen aanwezig zijn. Omdat het veld niet gebruikt mag worden, wordt een podium gebouwd boven de gracht aan de Westzijde van het stadion.
Net als de andere leden van De Kast heeft ook toetsenman Kees Bode er weer zin in. Dat wil niet zeggen dat hij de afgelopen jaren stil heeft gezeten. Hij maakt deel uit van de bluesband Ubrabaya, neemt in zijn studio-aan-huis in Kollum zelf geschreven Amerikaanse roots-liedjes op en geeft daarnaast gitaarles. En uiteraard heeft hij ook nog altijd zijn passie voor vogels. Bode: “Dat we nu terug zijn met De Kast is niet van de ene op de andere dag gegaan. Het ging heel geleidelijk. Eind 2002 zijn we al gestopt met de oude Kast. In 2006 was er een reünie in het kader van de Fryske Music Night en het succes dat we toen hadden, was aanleiding om weer wat vaker met elkaar op pad te gaan. Er kwamen 8000 mensen op die reünie af, al onze ouwe fans waren er weer. Dat was zo leuk. Zelf had ik de andere bandleden ook nauwelijks meer gezien in die tussenliggende jaren en alles was ineens weer fris. Tussen 2006 en 2010 hebben we ongeveer tien optredens per jaar met De Kast gedaan en steeds was het weer een feest der herkenning en stonden we voor enthousiaste zalen. We hadden er zoveel lol in dat we vorig jaar hebben besloten een nieuwe album op te nemen en daar een hele tour aan vast te koppelen.”
Maar er is wel een groot verschil met vroeger, want De Kast doet nu alles zelf. Er komt geen platenmaatschappij of producer meer aan te pas. Bode: “Daarmee bespaar je al een heleboel kosten. Maar we kunnen het ook best zelf, zoveel ervaring hebben we inmiddels wel opgebouwd. De inbreng van alle bandleden is even groot bij de opnames van dit album. Iedereen heeft liedjes aangedragen die hij de afgelopen acht jaar heeft gemaakt en daar hebben we de leukste uitgekozen. Het werkt allemaal veel relaxte dan vroeger.”
“We zijn destijds uit elkaar gegaan omdat we op alles waren uitgekeken,“ bekent Bode. “Als je in zo’n band zit en zulke topjaren meemaakt, dan zie je elkaar veel meer dan je eigen familie. Achttien jaar hebben we op elkaars lip gezeten en dan is het logisch dat je op een dag zegt: laten we maar eens een flinke pauze nemen. We wisten destijds niet of we wel ooit weer bij elkaar zouden komen. We hadden op dat moment zoiets van: we hebben alles wel een keer gezien en meegemaakt, het is mooi geweest.”
Bode stapte vervolgens in De Nije Kast, waarin Jan Tekstra de plaats van Syb van der Ploeg had ingenomen, maar deze formatie kwam nooit echt van de grond omdat Tekstra het ten slotte niet meer zag zitten om steeds maar weer met Syb van der Ploeg te worden vergeleken. Na een aantal avonturen met de coverband Bullow, ging Bode deel uitmaken van de bluesband Ubrabaya en daar zit hij nog steeds in. “Ik ben dus nooit gestopt met spelen en had dus eigenlijk ook niet de tijd om De Kast te missen. Ik heb mezelf er dus voor behoed om in een gat te vallen. “
“We hebben ons geen grote doelen gesteld met deze comeback van De Kast,” relativeert Bode. “We zijn tien jaar ouder geworden en kunnen niet zomaar weer even de draad oppakken waar we hem hebben laten liggen. Toch leeft De Kast nog heel erg, hebben we gemerkt. Maar dat komt ook omdat op het moment dat wij stopten, de hele muziekindustrie instortte. Platenmaatschappijen investeren sindsdien niet meer in nieuw talent en qua Nederlandstalige bandjes is er niets meer bij gekomen. Het zijn vanaf 2002 eigenlijk alleen nog maar eendagsvliegen geweest. Met De Kast kunnen we nu dus zo weer inhaken, niemand heeft ons ondertussen weggespeeld.”
Zou De Kast in z’n tweede leven in staat zijn om weer zo’n klassieker als In Nije Dei aan de muze te ontworstelen? Bode betwijfelt het. “Zoiets komt volgens mij maar een keer in je leven voorbij. Alles paste destijds: een uitverkocht Abe Lenstra stadion, de Friese taal die voor het eerst in Hilversum werd geaccepteerd, alles kwam op het juiste moment bij elkaar. En dat gebeurt maar zo zelden. We hebben toen nog een paar Friestalige nummers gemaakt, maar die deden nauwelijks iets. Het nieuwtje was eraf.”
Bron: Heerenveense Courant, 2 september 2010, door Harry de Jong